Ja, het is complex...

Een complex ideaal

De droom is paradoxaal.
De droom van goede, mooie, frisse, efficiënte en duurzame schoolgebouwen bevat tegenstrijdige elementen.

Schil en maatvoering

Dat begint al met de schil. Die moet afschermen tegen invloeden uit de omgeving — kou, warmte, wind, vocht, geluid, vuil en fijnstof. Diezelfde schil moet de leerlingen in contact houden met de wisseling van de seizoenen.

Inrichting en klimaat

De inrichting moet zorgen voor geborgenheid, maar ook zelfredzaamheid stimuleren.
Kinderen en klassen worden steeds groter, maar om de een of andere reden lijken de lokalen steeds kleiner en lager te worden.
Meubels en andere elementen die de leefbaarheid verhogen, vergroten vaak ook het brandrisico.

Eisen aan hygiëne en onderhoudbaarheid lijken te strijden met eisen aan de sfeer.
Energiezuinigheid en luchtkwaliteit liggen niet per se in elkaars verlengde.

Toekomstvastheid

We denken na voor de toekomst, maar hoe die eruitziet is onzeker. Hoe de schoolpopulatie en de maatschappelijke visie op onderwijs zich ontwikkelen, weten we niet precies. Door erover na te denken, geven we die toekomst vorm. Op die dynamiek is lastig de vinger te leggen.

Een complex proces

De weg naar de droom is ingewikkeld. Elk schoolgebouw weer is er sprake van maatwerk. Hoe benader je dat generiek?

Afstemming

Leerlingen en leerkrachten willen andere dingen van het gebouw dan schooldirecties en besturen. Gemeenten hebben zo hun eigen ideeën, plannen en belangen. En de rijksoverheid stelt regels en kaders die het er niet gemakkelijker op maken.
Met z'n allen weten ze vaak niet van elkaar wat ze echt nodig hebben.

Bekostiging

Geldpotjes, kasstromen en beslissingsbevoegdheden liggen in verschillende handen en zijn onpraktisch verdeeld. Dat maakt het lastig om uitgaven en bezuinigingen tijdens de stichting af te wegen tegen gebruikskosten en -rendementen.
Schoolbesturen besteden hun geld liever aan onderwijs dan aan gebouwen — en hun kijk op de samenhang daartussen is voor buitenstaanders soms lastig te volgen.

Expertise

Grotere scholengroepen beschikken misschien over meer professionele (technische) kennis, maar zijn vaak ook stroperiger en ondoorzichtiger in hun besluitvorming.
Installateurs, met name de kleinschalige, willen vooral installeren. Ze hebben minder affiniteit met (en expertise in) advisering — laat staan in een stadium waarin bijna alles nog open ligt.
Partijen zitten vast in hun rol en zijn huiverig om kennis en invloed af te staan.

Dus: rollen verdelen

Complexiteit vraagt om samenspel in duidelijke rollen.

Je rol kennen

Installatie is maar een (klein) deel van het verhaal.
Architectuur, planologie, aankleding, kleur, meubilering zijn zeker zo belangrijk.
Maar ook zaken als financiering, logistiek, onderhoud en beheer.
En last but not least: gebruiksgedrag.

Je publiek meekrijgen

Een installatie die op de verkeerde momenten wordt aan- of uitgezet, doet domweg niet waarvoor ze is aangebracht. Daarvoor moet misschien het gedrag veranderen, maar wellicht kunnen we beter (ook) naar die installatie kijken. Gebruikers trekken zich niet altijd iets aan van instructies, ze gaan hun eigen gang... En met recht, want om hen draait het uiteindelijk.

Je plaats weten

We moeten letterlijk onze plaats weten: onze rol, wat we wel en wat we niet kunnen uitrichten. Als ook onze samenwerkingspartners dit weten, en iedereen dat van elkaar weet, wordt duidelijker wat we allen gezamenlijk kunnen bereiken door direct of indirect invloed uit te oefenen op elkaar.

Er zijn doordachte manieren beschikbaar om die rollen goed te definiëren en de dynamiek ertussen af te stemmen. Daar moeten we gebruik van maken.

Dus: kennis delen

Complexiteit vraagt om samenspel met behoud van informatie.

Je tekst kennen

Al die verschillende partijen moeten van elkaar weten wat ze willen. Daarvoor moeten ze kennis hebben, kennis verwerven en kennis uitwisselen. En ze moeten weten waar ze het precies over hebben als ze met elkaar praten of dingen laten zien.

Weten waar het heen gaat

Een architect moet weet hebben van het pedagogische proces, een installateur moet begrijpen hoe gebruikers met knoppen omgaan, een leerkracht moet een plattegrond kunnen 'lezen'. Maar kun je wel van iedereen vragen dat hij of zij alle benodigde kennis in huis heeft?
Er zijn 'woordenboeken' nodig, gebruiksaanwijzingen. Maar ook beproefde en inventieve manieren om informatie en indrukken over te brengen: een architect loopt een weekje mee op de 'oude' school; de installateur ontwikkelt een intuïtief gebouwbeheersysteem op maat; leerkrachten en leerlingen kunnen al ver vóór de bouw door het ontwerp wandelen met een virtual-reality-bril, en verbeterpunten aandragen.

Er zijn doordachte manieren beschikbaar om de benodigde informatie te identificeren en in de juiste banen te leiden, om kennis te behouden en te creëren. Daar moeten we gebruik van maken.

Zo gaat dat...

Voor een nieuwe middelbareschoolconcept is een bestaand schoolgebouw aangepast en uitgebreid.
Met hakken en breken zijn 'licht en doorzicht' gerealiseerd. De nieuwe aanbouw bevat met name een ruime aula en een muziek- annex theaterlokaal. Er zijn door de hele school heen verschillende soorten plekken, met een afwisseling van prettige drukte en mogelijkheden voor terugtrekking.

De huidige directeur is halverwege de verbouwing aan boord gekomen. Hij stelt vast dat de bouw destijds is belegd bij mensen die 'te wilde plannen' hadden en bovendien met hun hoofd bij een organisatorische fusie waren. Veel zaken bleken bij de uitvoering te duur geprojecteerd en onhaalbaar; de afstemming en de controle waren gebrekkig geregeld.

De docenten waren vooraf niet actief betrokken geweest bij het ontwerp. De architect was na een briefing door het bestuur aan de slag gegaan. Daarna voerde de aannemer het ontwerp uit en stuurde een kleurencommissie de stoffering aan. Wat de rector nog net kon regelen: een bezichtiging tegen het eind van de verbouwing, waarbij docenten hoofdschuddend rondliepen — 'maar dit kan zo helemaal niet!'

Vakken die gezien hun ruimtegebruik fysiek onverenigbaar zijn, moesten een lokaal delen; de tekenklas lag op het zuiden; 'hele suffe dingen waren niet op orde'. En de gemeente had geen geld over voor centrale bediening van de zonwering, zodat de school door de jaren heen kapitalen kwijt is aan stormschade.

Het resultaat is een gebouw waarvan de buitenschil prima geïsoleerd en waarin de temperatuur redelijk geregeld is. Zaken als verlichting en akoestiek zijn er bekaaid afgekomen. De docenten, en zeker de oudere, hebben moeten wennen aan de openheid. Ze weten steeds beter om te gaan met hun eigen huiver voor verstoringen. Inmiddels plakken ze geen tussenramen meer af en bouwen ze zelf niet langer met kasten hun 'eigen' lokaal dicht.