Wat speelt er bij de vrager?

De vraag achter de vraag

Ga op zoek naar de vraag achter de vraag, luidt de gulden wet van goed opdrachtnemerschap. In ons geval komen we daarmee uit op het onderwijsconcept en de eindgebruikers, de leerlingen.

Behoeften veranderen

Onderwijsconcepten zijn in beweging. Veel scholen schuiven langzaam op van een starre, klassikale benadering — 25 tot 30 leerlingen in twee-aan-twee-opstelling voor een schoolbord-met-leerkracht — naar werkvormen die voortdurend fluctueren: kleinere groepjes, persoonlijke (bij)lessen, projecten, thema-onderwijs. Dat heeft uiteraard gevolgen voor bouwvormen en binnenklimaatbeheer. De vereiste flexibiliteit maakt het allemaal nog gecompliceerder.

Prioriteiten verschillen

Niet iedereen denkt bij de architectonische vertaling van pedagogische benaderingen in de eerste plaats aan het fysieke welbevinden van schoolbevolking. Zo zijn er bijvoorbeeld ouders en besturen die profilering van de religieuze identiteit voorrang geven. Het kan voor een reformatorische school veel belangrijker zijn om voor de gemeenschappelijke weekopeningen en ‑sluitingen een grote, aula-achtige ruimte met kerkorgel te hebben, waar doordeweeks computerlessen moeten kunnen worden gegeven; deze uitdaging krijgt dan alle prioriteit.
En er zijn genoeg andere — legitieme — redenen waarom een school niet altijd genoeg aandacht, energie en geld beschikbaar heeft om het binnenklimaat te optimaliseren.

Lopende problemen eisen alle aandacht op

Er zijn ook scholen waar de facility manager wel degelijk aandacht heeft voor het binnenklimaat. Sterker nog, soms is hij of zij jaren lang met weinig anders bezig dan het oplossen van alle problemen die er spelen met ventilatie en temperatuurregeling in een nagelnieuw gebouw. Zodanig dat er geen tijd overblijft voor zaken als CO2 en fijnstof. Laat staan dat er enig idee is van de verhouding tussen total cost of ownership en de stichtingskosten.

Wat willen de eindgebruikers eigenlijk?

De 'eindgebruikers' van het onderwijs zijn natuurlijk de leerlingen. Die maken zich meestal niet zo druk om het gebouw waar hun school ze in gevangen houdt. Of, in de woorden van een directeur: 'Ze staan er ontspannener in dan de leerkrachten'.

Doorvragen...

Een kinderhand lijkt gauw gevuld, al komt er best het nodige los als je even doorvraagt. Leerlingen hebben wel degelijk dromen over een ideaal gebouw. Ze kunnen die alleen niet altijd even goed formuleren: 'meer ruimte', 'veel groen', 'een gymzaal waar het niet stinkt', 'geen koude gangen'. De digitale jeugd zoekt sowieso haar eigen plekken op.

Ouders mobiliseren

Veel ouders staan niet stil bij het slechte binnenklimaat waarin hun kroost een fors deel van de dag doorbrengt. En juist ouders hebben de hefboom in handen om het probleem van onfrisse scholen aan te pakken.
Er is dus nog een wereld te winnen met de bewustwording van de eindgebruikers.

Leerkrachten aan het woord laten

Tot de 'eindgebruikers' van schoolgebouwen behoren ook de leerkrachten. Zij zijn het die met de meest uitgesproken wensen komen. Hun droom is, zeker in het basisonderwijs, 'licht en lucht: een gebouw dat uitnodigt tot spelen en leren en de zelfredzaamheid stimuleert'. Genoeg ruimte, een frisse sfeer met een gelijkmatige temperatuur en openheid zijn cruciaal. Zaken als een goede akoestiek en prettige, zo natuurlijk mogelijke verlichting horen daarbij.
Dan zitten de gebruikers lekker in hun vel en kunnen ze zich volop ontplooien.

Waar gaat het mis?

Leerkrachten weten ook heel precies duidelijk te maken waar het in de praktijk van alledag misgaat: in de afstemming van de vraag zelf.

Weinig inspraak

Leraren hebben zelf nauwelijks actieve inspraak in het ontwerp. Ze krijgen tekeningen te zien en mogen daar wat commentaar op geven, en daar houdt het vaak op.

Weinig afstemming

Gemeenten hebben een andere agenda dan schoolbesturen. En die gaan allebei niet uit van de leerkrachten en de leerlingen in hun ruimte.
Directeuren hoor je al snel zeggen dat leerkrachten vaak behoudend zijn; zelf willen ze het onderwijsconcept — een zaak van de ouders en de schoolbesturen — zo sterk mogelijk in het gebouw belichaamd zien.

Weing houvast

Bewustzijn is één ding; aandacht is een tweede; en kennis om problemen correct te benoemen en te volgen of ze goed worden opgelost is weer wat anders. Hoe kan een directeur weten of er iets mis is op zijn of haar school, en zo ja, wat dan precies? Hoe bepaalt hij of zij wat eraan te doen is, en vooral — wanneer iedereen weer opgelucht mag ademhalen?
Wat moet je meten en hoe, en wie heeft betrouwbare technische kennis?

Opdrachtgeverschap als opgave

Het beeld dat oprijst: slechte samenwerking in de vraagformulering; uiteenlopende prioriteiten bij beslissers in een driestromenland van gemeente, leerkrachten en schoolbestuur die allemaal een andere kant op denken; een proces dat zo is ingericht dat de juiste besluiten niet door de juiste mensen op de juiste momenten worden genomen; landelijke regels die averechts uitpakken.

Gescheiden geld- en waardestromen zijn belangrijke factoren in de kortzichtigheid.
Zeker niet alle opdrachtgevers leggen de schuld van falende projecten bij de opdrachtnemers of de omstandigheden. De verantwoordelijkheid is zoek, maar ze laten de mogelijkheid open dat het ook kan liggen aan de manier waarop ze hun eigen opdrachtgeverschap vormgeven.

Digitaal?

De digitalisering van het onderwijs leidt onvermijdelijk tot andere gebouwen. De ene school pikt dit eerder op dan de andere.

Terwijl het onderwijsmodel nog steeds aanbodgestuurd is en van de leerlingen binnen sterk begrensde roosters, tijden en ruimtes efficiëntie eist, kiezen zij zelf meer en meer hun eigen routes.
Een oplossing voor het ruimteprobleem van scholen kan zijn dat leerlingen minder op school zijn en bijvoorbeeld meer internetlessen volgen. Zo kom je vanzelf uit op functioneel (doelgericht) denken in plaats van instrumenteel (op controle gefixeerd) denken.

Maar dat vraagt veel van de inventiviteit en de tolerantie van leerkrachten en ander personeel. Voor installatiebedrijven die werkelijk willen meedenken liggen hier grote kansen.