Van sequentieel naar integraal

Verandering van aanpak

Bouw- en verbouwingsprojecten verlopen op dit moment nog in hoofdzaak sequentieel. We moeten toe naar een werkelijk integrale benadering, waarin we de bouwkolom radicaal kantelen.

Wat is er mis met sequentiële processen?

Binnen sequentiële processen worden in opeenvolgende, duidelijk afgebakende fasen telkens andere experts betrokken bij de formulering van het PvE, het architectonisch ontwerp, het bestek, het installatie-ontwerp, de aanbesteding en de diverse fasen van uitvoering van casco en installaties. Dat lijkt duidelijk en logisch, maar pakt vaak minder goed uit.

Onderdelen sluiten niet 100% aan

Partijen die elk op hun eigen terrein oplossingen en diensten hebben uitgeknobbeld, proberen die op het aangewezen moment in het grote geheel te schuiven — wat niet gaat zonder passen, meten, pijn en moeite. Vaak blijft nog tot in lengte van dagen zichtbaar en voelbaar dat de puzzelstukjes eigenlijk wat kieren en tochten.

Problemen worden doorgeschoven

Relatief kleine zaken die in een vroege fase onvoldoende aandacht krijgen, kunnen in een latere fase tot grote problemen en hoge herstelkosten leiden. Als op dat moment nog duidelijk is wat er ooit is afgesproken, is het vaak lastig om dat na te komen. En waar de aansluiting letterlijk en figuurlijk fout blijft gaan, kan iedereen altijd naar een ander wijzen en de hete aardappel doorschuiven.

Beperkingen bepalen het proces

Doordat het proces is opgedeeld in fasen hebben partijen de neiging om hun termijnen zo overzichtelijk en kort mogelijk te houden.
De diverse kasstromen die het proces moeten dragen, zijn strikt van elkaar gescheiden en vaak lastig te traceren. Besparingen op een enkel deel mogen of kunnen lang niet altijd ten goede komen aan een ander deel, laat staan aan het geheel.
Deze combinatie werkt kortzichtigheid en ontwijkgedrag in de hand en biedt 'perverse' prikkels voor verspilling van tijd, geld, energie en grondstoffen.

Integraal is iets anders dan 'meer en beter'

Dat moet dus anders. We komen er niet als we dezelfde processtappen blijven doorlopen, maar dat alleen wat 'beter' en 'grondiger' doen of 'hoger in de keten' gaan zitten en met 'meer factoren' rekening houden.

Het geheel zien

De systemen waarbinnen we werken zijn zo complex dat deelbeslissingen op elk niveau en in elke fase altijd in meer of mindere mate invloed hebben op het totaal. De samenwerking tussen vrager, coach en aanbieder is dan ook alleen vruchtbaar als ze alle drie werkelijk integraal denken. Dat gaat veel verder dan mensen zich doorgaans realiseren.

In functies denken

We moeten de bouwkolom kantelen. Breder en dieper denken, op hogere systeemniveaus, in langere termijnen en met meer partijen. Niet alleen over antwoorden en oplossingen, maar ook over de vragen en de functies zelf.

Hetzelfde willen

We moeten er zeker van zijn dat we, op het hoogste systeemniveau, samen hetzelfde willen. En ieder voor zich moeten we het belang van dat geheel boven ons 'eigen' deelbelang stellen, bereid zijn onszelf overbodig te maken en zo nodig van rol willen wisselen. Het moet erom gaan welke waarde we toevoegen, niet wat we verdienen.

Hogere systeemniveaus: meer complexiteit, meer kansen

Een groter systeem is gecompliceerder dan een kleiner systeem.

Onvoorziene conflicten

Er zijn meer factoren, meer partijen en meer belangen in het spel. Het risico dat die elkaar ooit ergens bijten is navenant groter.

Zolang partijen vooral denken in zogenaamde oplossingen, zonder zich voldoende af te vragen welke functies deze oplossingen moeten dienen en hoe die functies zich tot elkaar verhouden, wordt de kans op zulke conflicten nóg groter.

Duurzaamheid (laag energieverbruik) en frisheid (goede ventilatie) kunnen elkaar in de weg gaan zitten, zeker als deze doelen rechtlijnig als zaligmakend worden nagestreefd. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld brandveiligheid (zo kaal mogelijke muren voor een lage vuurlast) en leefbaarheid (gezellige meubilering en stoffering).

Verrassende kansen

Passieve en actieve oplossingen voor problemen werken nogal eens op onvoorziene manieren op elkaar in: zo hebben, om maar iets te noemen, gladde en vaste vloerbedekkingen een andere invloed op allergieën en onderhoudbaarheid dan vaak wordt aangenomen.

Dat kan, omgekeerd, ook positief uitpakken: als je maar breed genoeg kijkt, vallen sommige dingen opeens op hun plek. Een 'te klein schoolgebouw' kan de ontwikkeling van tele-leren en opvoeding tot zelfstandigheid stimuleren. Een directeur die in een polootje rondloopt 'omdat een pak te zweterig is', draagt bij aan informele omgangsvormen.

Van belang is dus in het onmogelijke onvermoede mogelijkheden te zien.
Jezelf en anderen niet afhankelijk te maken van toevalstreffers.
En goed te weten waarover je het hebt.
Daarom benaderen we samenwerking en informatie-uitwisseling methodisch.